pinnen

/ˈpɪnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, financieel, economie (inerg) (financieel), (economie) het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
  2. inerg, financieel, economie (inerg) (financieel), (economie) het elektronisch betalen met een pinpas
  3. ov (ov) met een pin bevestigen
    Hij pinde het speldje op zijn revers.

Etymologie

*[3] Afgeleid van pin, gepunt voorwerp

Vertalingen

Engelswithdraw cash, pay by switch card
Fransretirer de l'argent, retirer, payer par carte bancaire
DuitsGeld abheben, mit Karte bezahlen, mit Karte zahlen
Russischснять деньги с карточки, оплатить карточкой