pinda

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈpɪnda/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) , een tot de vlinderbloemenfamilie behorende plant
  2. voeding (voeding) een peulvrucht van deze plant
    Rond elf uur hield ik het niet meer en nam één hap van mijn Snicker. Ik kauwde zorgvuldig om optimaal te genieten van de nougat, pinda’s, karamel en melkchocolade.
  3. scheldwoord (scheldwoord) Chinees of iemand met Aziatisch uiterlijk

Etymologie

*Zie ook hieronder

Vertalingen

Engelspeanut, peanut
Fransarachide, cacahuète, cacahouète
DuitsErdnuss, Erdnuss
Spaansmaní, cacahuete
Italiaansarachide, arachide
Portugeesaráquide, amendoim, aráquide
Zweedsjordnöt