pilo

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een soort geweven stof gemaakt van half katoen en half linnen voor werkkleding
    Nee, ik ben in een mode blijven steken van toen ik eind dertig was. Dat doet vrijwel iedere man. Hij zoekt een mode uit waarvan hij vindt dat die bij hem past en dat blijft het dan. Het mooie is dat je die kleren over het algemeen nog wel kunt kopen, zoals er nog steeds winkels zijn die die wijnrode truien en die pilo-broeken verkopen die onze grootvaders al aan hadden, mits ze in Het Gooi of rond Bloemendaal woonden. NRC van Lennep 26 maart 1994
    De wijde pilo broek van de Urker vissers is misschien nog wel de meest bekende pilo broek van Nederland.
  2. verkorting van pilocarpine

Etymologie

*Uit het Engels