pillegift
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geschenk dat men een petekind bij de doop geeftGijsbert heeft een door hem zelf gemaakt Latijns gedicht opgezegd dat niemand, behalve meneer' Pontin, verstond en waarbij iedereen wijs en goedkeurend heeft geknikt; en de peters en meters hebben toespraken in proza of op rijm gehouden, waarbij ze hun pillegiften voor het doopkind hebben overhandigd, gouden kroezen en lepels en zilveren papborden en rammelaars, en neef Rendorp heeft het mooiste geschenk gegeven: de aanstelling van Lourentia tot stovenzetster in de Nieuwe Kerk, een functie die jaarlijks honderd dukaten inbrengt, en die men voor vijf door de een of andere hofjesjuffer kan doen vervullen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek