pilaster

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) een rechthoekige muurverzwaring die minder dan zijn breedte voor de gevel uitsteekt
  2. hoofdstijl van trapleuningen

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ornament’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1649

Vertalingen

Spaanspilastra