pijjekker

mannelijk (de)/ˈpɛijɛkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) halflange overjas van zware stof, zoals vroeger wel gedragen door zeelieden
    Daarna sprak men van het ‘schip van Staat’, aan welks roer die Eerste minister - nu in pijjekker en waterlaarzen, met vaste hand richting gaf - wat helaas, niet altijd het vaartuig voor stranden behoedde.