pierewiet

mannelijk (de)/ˌpirəˈwit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die veel grapjes maakt
    Burkunk (28 december 1925) schreef bijna vijftig kinder- en jeugdboeken. Hij debuteerde in 1973 met Clowntje Pierewiet.
  2. steekwagentje, duveltje
  3. Pierewiet is een woord met een grappig klank
    Pierewiet. Pierewiet. Het lied met pierewiet gaat over een merel in de lente. Dat mag best, nu de lente in het jasje van de herfst is gaan wonen. Samuel heeft geregeld muziektherapie en voor woorden als pierewiet, zeker bij herhaling uitgesproken, kun je hem wakker maken. Mooie, grappige klank. De herhaling van de ie, de rollende r. Hij lacht uitbundig bij een gezongen pierewiet. Nog een keer, dat refrein. En nog eens.

Uitdrukkingen

  • in zijn pierewiet staanin zijn blootje staan