piercing
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het doorboren van bepaalde lichaamsdelen (bijv. de oorlellen, neusvleugels, tepels of tong) om een — meestal metalen — sieraad te laten zetten
- (sieraden) het ringetje, staafje enz. dat in de onder [1] genoemde doorboring wordt geplaatstZij heeft een piercing laten zetten.
Etymologie
* van piercen
Vertalingen
Engelspiercing
Franspiercing, perçage
DuitsPiercing
Spaanspirsin
Italiaanspiercing
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek