pickles
meervoud/ˈpɪkəls/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ingemaakte groeten die men als bijgerecht eet; met name ingemaakte augurkenHij schuwt het avontuur niet. Dat blijkt uit het menu van deze avond waarop onder meer voorgerechten prijken als ceviche van makreel met limoen, venkel en pickles (9 euro), Amsterdamse garnalenkroket (4 euro), eendenborst met vijgen, blauwe bessen en pickles (9,50 euro) en de hoofdgerechten varkenswangen met borlottibonen en chioggiabieten (13,50 euro), heilbot met zeewierbouillon, tomaat en zeegroenten (15 euro) en parelgort met paddestoelen en een 65-gradeneitje (14 euro). De prijzen doen prettig aan. NRC Frank van Dijl 20 oktober 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/20/deze-japanse-soep-is-stevig-als-een-espresso-4890121-a1527698 Deze Japanse soep is stevig als een espresso]
- piccalilly
Etymologie
*, van "pickles" "augurken ingemaakt met pekel of zuur"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek