phishing

onzijdig (het)/ˈfɪʃɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vorm van cybercriminaliteit waarbij de crimineel probeert gegevens van het slachtoffer te bemachtigen met het doel diens bankrekening te plunderen
    De schade door phishing is in het eerste halfjaar met 29 procent toegenomen vergeleken met de tweede helft van vorig jaar. Het totale schadebedrag bedroeg 2,8 miljoen euro.[http://www.nu.nl/internet/4135039/banken-waarschuwen-perfectionering-phishing-methodes.html www.nu.nl]

Etymologie

* van het Engels