peul
mannelijk/vrouwelijk (de)/pøl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (groente) het langwerpig omhulsel rond erwten, bonen of kapucijnersWe hebben lekker peentjes en peultjes met nieuwe aardappels en gewelde boter gegeten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘bolster’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Uitdrukkingen
- lust u nog peultjes?
- Heb je nog iets te zeggen of te vragen? Was er nog iets?
Vertalingen
Spaanslegumbre, vaina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek