peterselie

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌpetərˈseli/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een tweejarige, winterharde, kruidachtige plant uit de schermbloemenfamilie (). De plant groeit op rijke, vochtige en diep gespitte grond in de volle zon of iets in de schaduw. De kiemingstijd van het zaad is relatief lang; de zaden vragen een rijke, vochtige grond. De plant wordt ongeveer 20 tot 60 centimeter hoog
    Ik kweek ook peterselie in mijn moestuin.
  2. voeding, kruid (voeding) (kruid) bladeren van gebruikt als een keukenkruid (en garnering)
    Hij plukte wat peterselie in de tuin.
  3. groente (groente) wortels van
    Ze raspte wat peterselie.
  4. medisch (medisch) kruidenthee van kan worden gebruikt als diureticum
    Ze drinken elke ochtend een kopje peterselie.

Etymologie

* via Middelnederlands "persele" van middeleeuws Latijn "petrosilium", in de betekenis van ‘gewas’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsparsley
Franspersil
DuitsPetersilie
Spaansperejil
Italiaansprezzemolo
Portugeessalsa
Russischпетрушка
Chinees香芹
Japansパセリ
Koreaans파슬리
Arabischبقدونس
Turksmaydanoz
Poolspietruszka
Zweedspersilja
Deenspersille