petekind

onzijdig (het)/petəkɪnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een kind dat men ten doop gehouden heeft
    Hij is een petekind.
    Oortman die de afgelopen jaren acht keer in Sri Lanka geweest en er een petekind heeft, kent het land en de katholieke gemeenschap heel goed. „Ik heb vanmorgen nog contact gehad met de katholieke familie van mijn petekind. Zij zijn niet direct getroffen, maar leven in grote angst. De aanslag, uitgerekend op het Paasfeest, kwam voor hen totaal onverwacht. Ik leef met deze mensen mee. Het zijn mijn vrienden.” Tubantia Herman Haverkate 21-04-19 [https://www.tubantia.nl/regio/twentse-pastoor-marc-oortman-leeft-mee-met-zijn-vrienden-op-sri-lanka~a187f4de/ Twentse pastoor Marc Oortman leeft mee met zijn vrienden op Sri Lanka]

Etymologie

* (of peter en kind)

Vertalingen

Engelsgodchild
Fransfilleul, filleule
DuitsPatenkind
Spaansahijado