pest

mannelijk/vrouwelijk (de)/pɛst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) Dodelijke en besmettelijke ziekten veroorzaakt door de bacterie , die verspreid wordt door vlooien die met name op de zwarte rat parasiteren. Altijd gebruikt met lidwoord: 'de pest' of 'de Pest'.
    Al zeventig doden door pest op Madagaskar. [http://www.nu.nl/buitenland/3991023/al-zeventig-doden-pest-madagaskar.html www.nu.nl]

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘ziekte’ voor het eerst aangetroffen in 1554

Uitdrukkingen

  • de pest in hebbenzich extreem ergeren

Vertalingen

Engelspestilence, plague, black death
DuitsPest
Spaanspeste