personificatie

vrouwelijk (de)/pɛrsonifi'ka(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. figuurlijk (figuurlijk) beeldspraak waarbij aan niet menselijke zaken, menselijke eigenschappen worden toegeschreven
    De sprekende koffiepot in Belle en het Beest is een personificatie.
  2. van een mens zeggen dat hij de vertegenwoordiger is van een abstract begrip
    Mijn leraar is de personificatie van het kwaad.
    George Soros is de personificatie van Aurel Kolnais definitie van het Westen. Hij is alles wat rechtse volksmenners en antisemieten haten: rijk, een wereldburger, Joods, en een vrijdenker die gelooft in de ‘open samenleving’, in de geest van Karl Popper, eveneens een Joodse zoon van het Hongaars-Oostenrijkse imperium. de Standaard ZATERDAG 18 MAART 2017
    Mnuchin is ex-bankier van Goldman Sachs, de bank die in campagne van Trump de personificatie was van de elite die de gewone man een oor aannaait. Daarnaast had hij een hedgefonds, financierde hij Hollywoodfilms en heeft hij zo'n 40 miljoen dollar op de bank. Zijn waarde wordt op zo'n 500 miljoen dollar geschat. Tubantia 18-11-2016

Etymologie

* afleiding van persoon

Vertalingen

Engelsepitome