perelaar

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tuinbouw (tuinbouw) perenboom
    "Mama, wat staat papa daar in de tuin wild te foeteren onder de perelaar?""Ach, laat hem, lieverd. Het is vandaag 443 jaar geleden dat de Slag op de Mookerheide verloren ging. Papa is er nog steeds beroerd van." Het Parool Patrick Meershoek15 november 2017 [https://www.parool.nl/columns-opinie/wild-geraas-over-een-fluwelen-pofbroek~bab4a58f/ Wild geraas over een fluwelen pofbroek]
    Toen ze naar buiten keken, zagen ze dat de oude boom in hun tuin ontworteld was. In de streek waaide het al een paar dagen bijzonder hard. De stam van de perelaar, die een omtrek van 4,2 meter had, bleek ook nog rot van binnen. Reformatorisch Dagblad 24-08-2004 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/oudste-perenboom-van-scandinavi%C3%AB-omgevallen-1.228862 Oudste perenboom van Scandinavië omgevallen]
  2. het hout van de perenboom

Etymologie

*afgeleid van peer

Vertalingen

Engelspear-tree