peperboompje
/ˈpepərˌbompjə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht in de peperboompjesfamilie (); merendeels lage, bladverliezende struiken, soms bomen, zelden kruiden; soms bladhoudendDe bladen staan afwisselend, soms tegenoverstaand en zijn kort gesteeld. De bloemen staan in kleine trossen of schermen en zijn meestal geurend. Het bloemdek heeft een vierdelige zoom. Meeldraden en stijl zijn korter dan het bloemdek.
Etymologie
*afgeleid van "peperboom"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek