Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

pepel

mannelijk (de)/ˈpepəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) benaming voor nectar etende insecten uit de orde , gekenmerkt door vier vaak gekleurde vleugels die met heel kleine schubben zijn bedekt
    Als een ontpopte pepel stijgt mijn ziel boven deze aarde, en zoekt in kristallijnen kringen een subtieler vorm.

Etymologie

*van Middelnederlands """ van Latijn "papilio"; cognaat met "papillon"