pep
mannelijk (de)/pɛp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- energie, veerkracht, fut, pit, vuurHij had geen pep meer om uit zijn bed te komen toen hij zag wat voor een slecht weer het was.
- (farmacologie) amfetaminePep is de volksnaam voor amfetamine omdat het een middel is wat je oppept
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘energie’ voor het eerst aangetroffen in 1955
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek