penoze

mannelijk/vrouwelijk (de)/peˈnozə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwereld, onderling vertrouwelijke "collega's", crimineel circuit
  2. prostitutie

Etymologie

* via Bargoens van "פּרנסה" (parnóse) en פַּרְנָסָה (parnasa) "levensonderhoud, broodwinning", in de betekenis 'misdadigersvak, de onderwereld’ voor het eerst aangetroffen in 1906