pennoen

onzijdig (het)/pɛˈnun/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. historisch (historisch) vlaggetje dat als herkenningsteken aan de lans van een ridder zat
    De eerste voorsnijder mocht bij veldslagen het hertogelijke pennoen dragen, terwijl de eerste wapen- en stalmeester de standaard droeg.

Etymologie

*via "pennoen" van "penun", cognaat met "pennon"