pennenvriend

mannelijk (de)/ˈpɛnə(n)ˌvrint/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand waarop je gesteld bent, maar waarmee je alleen of hoofdzakelijk per brief contact hebt
    In 1928 maakte Du Perron kennis met Jan Slauerhoff, die hem meermaals ook in Gistoux heeft bezocht. (…) Verder kwamen dus - de een al meer dan de ander - Jan Greshoff, Jan van Nijlen, Maurice Roelants, Raymond Herreman, Hendrik Marsman, J.C. Bloem, C.J. Kelk, Menno ter Braak, Simon Vestdijk, Anthonie Donker en de in die tijd pennenvriend bij uitstek, Victor van Vriesland, naast de eerder genoemde Adriaan Roland Holst.
    Ik zou graag de correspondentie voortzetten, maar de komende weken krijg ik bezoek, dat me ongetwijfeld van mijn pennenvrienden zal afhouden.