penitentie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een boetedoening in de vorm van gebeden of goede werken, die na de belijdenis en absolutie van de zonden in de biecht door de priester aan de biechteling wordt opgelegd
- (figuurlijk) het doen van boete voor gepleegde morele overtredingenNa een jaar van penitentie mocht de voor doping veroordeelde sporter weer meespelen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘boete’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek