pels

mannelijk (de)/pɛls/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de dichtbehaarde huid van verschillende dieren
    Er wordt momenteel veel gejaagd op de pelzen van verschillende dieren.

Etymologie

*van Middelnederlands "pelse" dat teruggaat op Latijn "pellis"

Vertalingen

Engelsfleece, fur
Franspeau, pelage
DuitsFell, Pelz
Spaanspiel