pels
mannelijk (de)/pɛls/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de dichtbehaarde huid van verschillende dierenEr wordt momenteel veel gejaagd op de pelzen van verschillende dieren.
Etymologie
*van Middelnederlands "pelse" dat teruggaat op Latijn "pellis"
Vertalingen
Engelsfleece, fur
Franspeau, pelage
DuitsFell, Pelz
Spaanspiel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek