pelgrim

mannelijk (de)/pɛlgrɪm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, persoon (religie), (persoon) iemand die een bedevaart onderneemt
    Er trekken heel veel pelgrims naar Mekka.
    Zo kwam ik bij de vraag: geloof ik in God? Hoewel ik protestant ben opgevoed en mijn hele leven als religieuze pelgrim op zoek naar God van kerk naar kerk zwierf ben ik nooit een grote fan van predikanten geweest.
  2. dierkunde (dierkunde) slechtvalk

Etymologie

* Van Latijn pelegrinus, mogelijk via "peligrin", "pelerin". In de betekenis van ‘bedevaartganger’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelspilgrim
Spaansperegrino