peetmoeder
vrouwelijk (de)/ˈpetmudər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vrouw die bij de doop wordt aangewezen als tweede moeder, om op het kind te letten in de opvoeding en pleegmoeder te worden mocht dat nodig zijnNiet iedereen heeft een peetmoeder.
Vertalingen
Engelsgodmother
Fransmarraine
Spaansmadrina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek