pedagoog

mannelijk (de)/ˌpedaˈɣox/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die op een doordachte manier helpt kinderen op te voeden

Etymologie

*via "pédagogue" van Latijn "paedagogus" en "παιδαγωγός" (paidagoogós) "slaaf die kinderen opvoedt", in de betekenis van ‘opvoedkundige’ aangetroffen vanaf 1560

Vertalingen

Engelspedagogue
Spaanspedagogo