pechstrook

vrouwelijk (de)/ˈpɛxstrok/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) (Vlaanderen) door doorgetrokken streep gemarkeerd afgescheiden gedeelte van de rijbaan op de autosnelweg of autoweg, bedoeld voor noodsituaties

Vertalingen

Engelshard shoulder
Fransbande d'arrêt d'urgence