pauk
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een grote verstembare keteltrommel zoals gebruikt in een orkestDe pauken zijn belangrijke instrumenten bij vele symfonische stukken.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717
Vertalingen
Engelstimpani
Franstimbale
DuitsPauke
Spaanstimbal, témpano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek