patrouillevaartuig

onzijdig (het)/paˈtrujəˌvartœyx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boot waarmee men inspecties uitvoert
    De onderneming was ten volle geslaagd, maar ze hadden de lading nog maar nauwelijks aan wal gebracht of ze werden gewaarschuwd dat een patrouillevaartuig de haven van Toulon had verlaten en hun richting uit kwam.
    Op de eenendertigste maart van het jaar 1810 ligt in de haven van Maassluis, de meest beruchte smokkelhaven van het koninkrijk Holland, een Frans patrouillevaartuig dat de blauw-wit-rode vlag in top draagt.