patrijshond
mannelijk (de)/pa'trɛɪshɔnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- middelgrote jachthond
Etymologie
* In de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1614
Vertalingen
DuitsWachtelhund
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1614