pasvorm

mannelijk (de)/ˈpɑsfɔrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) precies op het lichaam aansluitend model voor een kledingstuk
    Spandexleggings, trainingspakken, basketbalpetjes, oversized hoodies, witte sportsokken, schreeuwerige logo’s en gescheurde jeansbroeken met een foute pasvorm werden high fashion. Intussen zijn ook de grote winkel­ketens de marginaleschooierlook massaal gaan kopiëren.de Standaard 17 mei 2017
    Het idee dat verticale strepen niet bepaald flatteren bij een voller figuur, doet Hoefsmit af als een achterhaalde fabel. "Ja, als je een veel te strak shirt of topje koopt, is het niet mooi. Met of zonder strepen. Maar zit het kledingstuk als gegoten, dan ga je er echt niet dikker uitzien door de strepen. Dat heeft te maken met de pasvorm."Tubantia Annemart van Rhee 10 januari 2017
  2. schoeisel (schoeisel) precies op de voet aansluitend model voor een schoen

Vertalingen

Engelsfit