pastorie
vrouwelijk (de)/ˌpɑstoˈri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ambtswoning van een pastoor of predikantHet Noordbrabants Museum in Den Bosch heeft voor ruim 1 miljoen euro een vroege aquarel van Vincent van Gogh verworven, De tuin van de pastorie te Nuenen. Directeur Charles de Mooij spreekt van de „meest belangwekkende aankoop uit de geschiedenis van het museum”. NRC Arjen Ribbens 8 december 2016Geflankeerd door de twee zussen Dekkers liep ik naar de pastorie en stil bleven we een poosje staan kijken voor het huis.Op de zolder van de pastorie in Nieuwe-Tonge.
Etymologie
*afleiding van pastoor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek