pasta

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de benaming voor een aantal Italiaanse deegproducten
    Pogue floot een oude countryhit en Goldie verslond drie pannen pasta en praatte met volle mond aan één stuk door.
  2. een moes van chocolade, pinda's, noten enz., veelal gebruikt als broodbeleg
    Chocopasta is een pasta die op brood gesmeerd kan worden.
    Tijdens het kauwen op haar tortilla met chocopasta begon ze een gedeelte voor te lezen:

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘deeg, kneedbaar mengsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1722

Vertalingen

Engelspasta
Franspâtes alimentaires
DuitsTeigwaren
Spaanspasta
Italiaanspasta
Turkshamur
Zweedspasta
Deenspasta