woorden
boek
Start
›
P
›
passing
passing
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
techniek
(techniek) een methode om twee voorwerpen in elkaar te laten passen
sport
(sport) het geven van een pass
Etymologie
* van passen
Verwante woorden
pass
passaat
passaatgordel
passaatgordels
passaatwind
passaatwinden
passabel
passabele
passabeler
Passage
passageafdeling
passagebiljet
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← passim
passingen →