passend

/ˈpɑsənt/

Betekenis

werkwoord
  1. geschikt voor iets of iemand
  2. zo zijnde als het hoort
    Het was een dramatisch en passend slot van het seizoen.
    Een goed passende schoen is essentieel.

Etymologie

*"passen" met de uitgang -d

Vertalingen

Engelsappropriate, becoming, conforming
Spaansacorde, como es debido, cómodo