partijschap

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bestaan van verschillende partijen in één organisatie
    Na een zogenoemde ‘externe visitatie’, verricht door ds. Wolse en ds. Eigenhuis, is namelijk gebleken dat binnen de Deldense kerkelijke gemeenschap ‘vertrouwensbreuk en partijschap’ is ontstaan. ‘En dat maakte de predikant en kerkenraad onmachtig om de eenheid van de gemeente te dienen’, zo valt te lezen in de eindrapportage van de visitatiecommissie.

Etymologie

* afleiding van partij