partijdigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand kiest voor een van de partijen die strijden
    Zo iemand noemen wij een besmette getuige, omdat er mogelijk van partijdigheid sprake is.
    Het wrakingsverzoek werd door de rechter aanvankelijk afgewezen, maar uiteindelijk werd de rechter alsnog vervangen omdat hij onopzettelijk onjuiste informatie had verstrekt. Daardoor zou de schijn van partijdigheid gewekt kunnen worden volgens een tweede wrakingskamer. Hierdoor moest gezocht worden naar een nieuwe rechter, die zich vervolgens moest inlezen in het dossier.

Etymologie

* afleiding van partijdig

Vertalingen

Engelsbias, prejudice