pardon

onzijdig (het)/pɑrˈdɔn/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. drukt een vorm van verontschuldigen uit, voor een vergissing, of in bepaalde situaties als excuus bij voorbaat om zich naar de toegesprokene iets speciaals te permitteren
    Oh pardon, ik bedoelde jou niet.
    Pardon, mag ik u iets vragen?
  2. drukt onbegrip/verbazing/vertwijfeling uit
    Pardon, wat krijgen we nu?
zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (n) (juridisch) het kwijtschelden of ontzien van iets, m.n. in het strafrecht
    De minister wilde geen pardon geven voor de overtreders.
    Er was geen pardon, hij zou ter plekke worden doodgeschoten.
  2. religie (n) / (m) (religie) bedevaartsprocessie in Bretagne, gehouden ter herdenking van de plaatselijke heiligen
    De ‘Pardon de Ste-Anne d’Auray’ is de grootste pardon van Bretagne.[http://www.landenweb.net/bretagne/godsdienst/ landenweb.net].
  3. excuses
    Goddank dat ik me in Le Puy-en-Velay nog formeel als pelgrim heb ingeschreven! Toeristen verwijzen ze zonder pardon door naar de campings of hotels, zo meldde de kordate eigenaresse toen ik daarstraks belde en vroeg of ze een scanner had.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans (zie ook pardonner), in de betekenis van ‘tussenwerpsel: excuseer!’ voor het eerst aangetroffen in 1840