paradijsappel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. soort appel(boom)
    De drempel van het kantoor was een diepe stap op en door de hooge, lichte ramen scheen de heerentuin, de kinderkant, de winderige paradijsappel en seringen en dat was allemaal leêg en verlaten.
  2. soort limoen
  3. tomaat