parabool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌparaˈbol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) kegelsnede waarbij het snijvlak parallel loopt met een lijn die aan de kegel raakt en tevens het toppunt snijdt
    Als er geen wrijving was en de aarde plat was, dan zou de baan van een kogel een perfecte parabool beschrijven.
  2. natuurkunde, optica, elektronica (natuurkunde), (optica), (elektronica) de paraboloïde reflector met een zeer sterke richtwerking vooral toegepast voor geluid, warmte, licht en bij antennes voor de hogere zend- en ontvangfrequenties van het radiospectrum
    Een schotelantenne heeft doorgaans een parabool als reflector.
  3. natuurkunde, astronomie (natuurkunde), (astronomie) naam van de antenne met een parabool als reflector
    Een radiotelescoop voor ruimteonderzoek met een enorme parabool.
  4. stijlfiguur (stijlfiguur) een bewoording waarbij iets doelbewust zwakker of onbeduidender wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is
    Als jij het Concertgebouworkest "een aardig strijkje" noemt, dan is dat een parabool, je weet wel beter!

Etymologie

*via "parabole" of direct van Latijn "parabola" en "παραβολή" (parabolè) (), in de betekenis van ‘kegelsnede’ aangetroffen vanaf 1645 Cognaat met parabel.

Vertalingen

Engelsparabola
Fransparabole
DuitsParabel
Spaansparábola