papegaai

mannelijk (de)/ˌpɑpəˈɣaj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. papegaaiachtigen (papegaaiachtigen) benaming voor vogels uit de orde , vaak met een bont verenkleed en het vermogen de menselijke stem na te bootsen
    Wij hebben sinds kort een papegaai thuis.
  2. figuurlijk, pejoratief (figuurlijk) (pejoratief) iemand die andere mensen napraat, zonder een eigen opvatting te ontwikkelen
    Dus, ben jij een intellectueel, op zoek naar wijsheid? Of ben je een hogeropgeleide papegaai?
  3. medisch (medisch) stalen, driehoekige steun boven een bed, waaraan een patiënt zich kan optrekken
    Wij hebben sinds kort een papegaai thuis, want mijn opa is bedlegerig.

Etymologie

*[3] (metonymisch), omdat voor papegaaien die als huisdier worden gehouden soms een steun met een vergelijkbare vorm wordt gebruikt

Vertalingen

Engelsparrot
Fransperroquet
DuitsPapagei
Spaansloro, papagayo
Italiaanspappagallo
Portugeespapagaio
Russischпопугай
Turkspapağan
Poolspapugowe
Zweedspapegoja
Deenspapegøje