pantomime
mannelijk/vrouwelijk (de)/pɑntoˈmim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toneelspel alleen maar met gebaren en lichaamsuitdrukkingen dus zonder woordenChaplin verhief en passant een nieuw en hip medium tot een heuse nieuwe kunst die past bij de snel veranderende jazz age. Eens die kunst gevonden, wilde Chaplin er niet al te veel meer aan veranderen. Terwijl anderen al geluidsfilms (‘talkies’) maakten, bleef hij nog altijd aan de pantomime. Een dunne grens tussen eigenzinnigheid en behoudsgezindheid. Maar hij had er een uitleg voor. Precies omdat er niet gesproken werd, bleef de zwerver een elckerlyc, de universele verschoppeling met wie iedereen zich kon verhouden, hoog en laag, de werkloze Londenaar, de oorlogsinvalide in Berlijn, de pas gearriveerde migrant in New York. de Standaard VRIJDAG 19 MEI 2017Hun mimiek is nog steeds die van vergeelde foto's van vaudevilleartiesten tijdens het interbellum in Parijs en Berlijnse cabaretiers gedurende de Weimarrepubliek - hun mix van clownerie, slapstick, pantomime, variété en muzikaliteit nog altijd onovertroffen. Tubantia Arno Gelder 23-juni-2015
Etymologie
* uit het Latijn ()
Vertalingen
Engelspantomime
Spaanspantomima
Portugeespantomima
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek