pakje

/ˈpɑkjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein geschenk in een tijdelijk omhulsel van papier of vergelijkbaar materiaal, ter verfraaiing en bescherming
    Bij een pakje hoort een gedichtje op Sinterklaasavond.

Etymologie

*afgeleid van "pak"

Vertalingen

Engelspack, packet, parcel
Spaanscajetilla, paquete