woorden
boek
Start
›
P
›
paas
paas
mannelijk/vrouwelijk (de)
/pas/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Pasen
met de paas gingen ze dit jaar gezellig brunchen
Verwante woorden
paasakkoord
paasavond
Paasberg
Paasberglaan
paasbest
paasbestand
paasbeste
paasbeurt
paasbiecht
paasbiechten
paasbloem
paasbloemen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← paarvorming
paasakkoord →