paardenzadel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uit leer of ander niet te zwaar materiaal gemaakte zitplaats bedoeld om op de rug van een als rijdier gebruikt paard te plaatsen
    Een paardenzadel kun je toch niet voor een kameel gebruiken?
  2. tweekleppigen (tweekleppigen) bepaald soort vastgehecht oesterachtig schelpdier met een onregelmatige vorm,
    Op oesterbanken komen vaak ook paardenzadels voor.

Vertalingen

Engelssaddle oyster
Fransfeuille de rose, pelure d’oignon, huître fer-à-cheval
DuitsSattelmuschel, Zwiebelmuschel
Russischраковина
Deenssaddeløsters