paardenstaart
mannelijk (de)/ˈpardə(n)start/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (varens) sporenplant in de paardenstaartenfamilieDe meeste paardenstaarten zijn lage gewassen.
- haardracht waarbij het haar op het achterhoofd in een bundel wordt samengebondenMet een elastiekje bond ze haar haar in een paardenstaart.
- staart van een paardIk moest niezen door die paardenstaart die in m'n gezicht zwiepte.
- (anatomie) benaming voor de grote bundel zenuwen onderaan de rug die zijn verbonden met de benen en de organen in het onderlichaam
Vertalingen
Engelshorsetail, ponytail, horsetail
Fransprêle, queue de cheval
Spaanscola de caballo, cien nudillos, equiseto
Italiaansequiseto, coda di cavallo, coda di cavallo
Zweedsrävsvans, hästsvans, hästsvans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek