paardenstaart

mannelijk (de)/ˈpardə(n)start/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. varens (varens) sporenplant in de paardenstaartenfamilie
    De meeste paardenstaarten zijn lage gewassen.
  2. haardracht waarbij het haar op het achterhoofd in een bundel wordt samengebonden
    Met een elastiekje bond ze haar haar in een paardenstaart.
  3. staart van een paard
    Ik moest niezen door die paardenstaart die in m'n gezicht zwiepte.
  4. anatomie (anatomie) benaming voor de grote bundel zenuwen onderaan de rug die zijn verbonden met de benen en de organen in het onderlichaam

Vertalingen

Engelshorsetail, ponytail, horsetail
Fransprêle, queue de cheval
Spaanscola de caballo, cien nudillos, equiseto
Italiaansequiseto, coda di cavallo, coda di cavallo
Zweedsrävsvans, hästsvans, hästsvans