ozb

vrouwelijk (de)/oztɛt'be/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een Nederlandse belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken, waarbij de geschatte waarde van het onroerende goed de basis is voor de hoogte van de belasting
    DAP heeft zich vlak na de oprichting van de partij al uitgesproken voor belastingverlaging in Haaksbergen te zijn. Dat geld zou bijvoorbeeld bij de ambtelijke organisatie weg te halen kunnen zijn. Twee maanden geleden deed de fractie een voorstel om de ozb te verlagen, maar dat werd door de rest van de gemeenteraad niet gesteund. Op korte termijn volgt een voorstel om de hondenbelasting af te schaffen. Als het voorstel het haalt, mist de gemeente per jaar ruim 140.000 euro aan inkomsten. Tubantia 01-09-2017
    'Gemeenten die ondergrondse precariobelasting heffen, hoeven de ozb minder te verhogen dan gemeenten die dat niet doen', zegt Hoeben. De ozb (onroerendezaakbelasting) is de derde gemeentelijke woonlast voor huiseigenaren. Huurders betalen deze belasting niet. Volkskrant Alexander Leeuw 3 januari 2017

Etymologie

* afkorting OroerendeZaakBelasting