overzien

/ˌovərˈzin/

Betekenis

werkwoord
  1. alles tegelijk kunnen zien
    Hij overzag alle gevaren in één oogopslag.
    `Vind je niet dat Venetië ook iets triests heeft? Als je Piazza San Marco zo overziet, zou je objectief gezien moeten vaststellen dat het er druk is. Toch maakt het plein een wezenloze en verlaten indruk, alsof het met zijn gedachten ergens anders is.
werkwoord
  1. ov (ov) met het oog doorlopen

Vertalingen

Engelssurvey, view
Spaansescudriñar