overwinteraar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die gedurende de winter in een warmer gebied blijftEdwin en José zijn niet de enigen die het grauwe weer in Nederland ontvluchten. Cijfers over het precieze aantal overwinteraars in Spanje zijn er niet, maar Michiel Zeeman van Spaanse Zon Vakantievilla’s merkt dat het steeds populairder wordt.
Etymologie
van overwinteren
Vertalingen
Engelssnowbird, sunbird
Franshivernant
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek